Naar hoofdinhoud
Cervantes

Renovatieplicht 2030 voor verhuurders: wat moet je nu beslissen?

· 8 min lezen

In het kort

Voor wie in Vlaanderen woningen verhuurt of als investeerder vastgoed bijhoudt, dwingt de gefaseerde renovatieplicht tot strategische keuzes. Wat zijn de tussentijdse EPC-drempels, welk pand renoveer je eerst, en wanneer is verkopen of herontwikkelen verstandiger dan opknappen? Een overzicht van de actuele Vlaamse spelregels en de keuzes die je nu maakt voor 2030.

Vernieuwde witgepleisterde gevel van een Antwerpse stadswoning met donkere raamprofielen

Wie in Vlaanderen vandaag een opbrengsthuis bezit of een appartement verhuurt, kan de renovatieplicht niet meer als “later” wegduwen. De Vlaamse Codex Wonen bouwt sinds 2020 stap voor stap minimum-EPC-drempels in voor verhuurders. Voor wie ná 1 januari 2023 een woning kocht, geldt bovendien een aankoop-renovatieplicht binnen vijf jaar. Onderstaand artikel zet de spelregels op een rij zoals ze vandaag van kracht zijn, en behandelt de keuzes die een eigenaar of investeerder nu moet maken om in 2030 niet voor een onverhuurbaar of onverkoopbaar pand te staan.

Wat verandert in de aanloop naar 2030?

Twee Vlaamse regelingen lopen parallel en versterken elkaar.

De aankoop-renovatieplicht. Wie sinds 1 januari 2023 een residentiële woning kocht in Vlaanderen, moet die binnen vijf jaar na de notariële akte naar minimaal EPC-label D brengen. Voor niet-residentiële gebouwen (kantoor, handelspand) geldt een vergelijkbare verplichting met andere minimumdrempels. De verplichting geldt voor de nieuwe eigenaar, niet voor erfgenamen. Wie verkoopt zonder te renoveren, draagt de plicht door op de koper, die ze opnieuw vijf jaar tijd krijgt.

Het minimum-EPC-traject voor verhuur. Voor woningen op de huurmarkt bouwt Vlaanderen een gefaseerde verstrenging in. Op dit moment gelden minimumdrempels die per type woning en per kalenderjaar opschuiven, met EPC-label A als langetermijnambitie tegen 2050. De officiële tabel met huidige en geplande drempels staat op vlaanderen.be en wordt periodiek bijgewerkt door VEKA. Controleer altijd de actuele tabel vóór je een huurcontract sluit of een renovatie plant: de drempels kunnen tussen de aankondiging en de inwerkingtreding nog wijzigen.

De Europese herziene EPBD-richtlijn (Energy Performance of Buildings Directive, 2024) duwt deze nationale trajecten verder aan. Lidstaten moeten hun nationale renovatieplannen tegen 2030 op een ambitieuzer pad zetten, met de bedoeling om de slechtst presterende 16% van de gebouwenvoorraad uit te faseren. Wat dit concreet voor Vlaamse verhuurders betekent, hangt af van de omzetting in regionale wetgeving die in de komende jaren verder vorm krijgt.

Hoe bepaal je welk pand eerst aanpakt?

Een doorlichting begint bij drie cijfers per pand: het huidige EPC, de geschatte investering om naar de eerstvolgende drempel te springen, en het nettorendement na renovatie.

Een EPC F of G vraagt meestal een totaalrenovatie: dak, schrijnwerk, isolatie buitenmuren, ventilatie en een warmtepomp of condensatieketel. Reken op een budget tussen €400 en €800 per vierkante meter bewoonbare oppervlakte, afhankelijk van de uitgangstoestand en gewenste afwerking. Voor wie veel werk wil stapelen, kan een sloop-en-heropbouw met 6% btw soms financieel aantrekkelijker uitkomen dan een diepgaande BENOvatie aan 21% btw.

Een EPC E of D vraagt vaak gerichte ingrepen: dakisolatie aanvullen, beglazing vervangen, ventilatiesysteem upgraden. Doorgaans tussen €15.000 en €40.000 per wooneenheid, met een terugverdientijd via energiekost en huurinkomsten van vier tot acht jaar als de premiestapel correct wordt benut.

Een EPC C of beter is meestal verhuurklaar voor de drempels die tegen het einde van het decennium gepland zijn. Hier ligt de focus op fine-tuning: ventilatie, hernieuwbare energie en eventueel een batterij voor zelfconsumptie.

De stapel premies (Mijn VerbouwPremie, EPC-premie, eventueel burenpremie en nul-emissiebonus) blijft in 2026 een wezenlijk financieringsmechanisme, zij het verstrengd voor de hoogste inkomenscategorie. Zie ons overzicht van de BENOvatie-premies 2026 voor de actuele tarieven.

Voor wie is dit relevant?

Verhuurders met één of twee panden. Vaak een pand uit nalatenschap of een eerste investering. De vraag is meestal niet of er gerenoveerd moet worden, maar welke ingrepen het rendement het meest beschermen tegen huurprijsstagnatie en onverhuurbaarheidsrisico.

Investeerders met een groeiende portefeuille. Wie meer dan drie panden bezit, mist vaak het overzicht waarop een rationele beslissing rust. Welke pand renoveert eerst, welk pand wordt verkocht, welk pand herontwikkeld tot meerdere units? Een portfoliodoorlichting brengt deze keuzes in kaart.

Eigenaars die net hebben gekocht. Wie sinds januari 2023 kocht, heeft een wettelijke deadline. Vijf jaar lijkt lang, maar tussen vergunning, aanbesteding en uitvoering gaan vaak achttien tot vierentwintig maanden zonder dat er één steen verzet wordt. Wie wacht tot jaar drie of vier, riskeert in tijdnood te komen en niet meer voor de meest gunstige aannemerstarieven te kunnen kiezen.

Wat doet Cervantes daarmee?

Voor wie meer dan één pand bezit, is een portfoliostrategie de logische eerste stap: we brengen elk pand in kaart op marktwaarde, energetische staat, renovatieplicht en juridische structuur, en formuleren per pand een onderbouwde optie (houden en renoveren, verkopen, herontwikkelen, splitsen of herfinancieren). Het resultaat is een vijfjarenplan waarin de wettelijke deadlines en de financiële prioriteiten op één pagina samenkomen.

Voor wie één pand wil aanpakken en niet zelf de werf wil leiden, is projectcoördinatie doorgaans de meest passende dienst: wij regelen de architect, vergunning, aanbesteding en werfopvolging end-to-end, terwijl je zelf de eindbeslisser blijft. Voor wie wel de regie wil houden maar coaching zoekt, is bouwbegeleiding lichter qua mandaat en kost.

Tot slot: wie alleen advies wil over de premiestapel en de meest energie-efficiënte volgorde van ingrepen, kan terecht bij onze BENOvatiecoachdienst (Fluvius-erkend, vast tarief).

In zeven zinnen

  1. Sinds 2023 geldt een aankoop-renovatieplicht: residentieel pand binnen vijf jaar naar minstens EPC-label D.
  2. Voor verhuur loopt een gefaseerd minimum-EPC-traject in de Vlaamse Codex Wonen, met EPC-label A als ambitie tegen 2050.
  3. EPC F/G vraagt meestal een totaalrenovatie of een sloop-en-heropbouw aan 6% btw.
  4. EPC E/D vraagt gerichte ingrepen; de premiestapel kan vier tot acht jaar terugverdientijd opleveren.
  5. EPC C of beter is meestal verhuurklaar voor de tussendrempels van dit decennium.
  6. Wie meer dan één pand bezit, profiteert van een portfoliodoorlichting voor een gerangschikte aanpak.
  7. Vijf jaar lijkt lang: tussen vergunning en oplevering gaan vaak twee jaar voorbij, dus uitstel is risicovol.

Wil je je portefeuille doorlichten of een specifiek pand op de planning zetten? Plan een portfoliostrategie of neem rechtstreeks contact op.

Vraag of project

Concreet plan? We luisteren eerst, dan rekenen we.

Plan een vrijblijvend gesprek. Eén uur, geen verkooptruc: een eerlijke inschatting van wat realistisch is in 2026.